Werknemer beticht van ernstig verwijtbaar handelen

Werknemer beticht van ernstig verwijtbaar handelen

Een particulier, werkzaam als manager op een van de Nederlandse luchthavens, is door zijn werkgever beticht van ernstig verwijtbaar handelen. De werkgever concludeert dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie (arbeidsconflict) en wenst de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De particulier vraagt mij om arbeidsrechtelijk advies. Na het inhoudelijk toetsen van het dossier is mijn conclusie dat er wellicht sprake is van ontwikkelpunten, maar in de verste verte niet van ernstig verwijtbaar handelen. Ik leg de klant een plan van aanpak voor en we bespreken samen de strategie. Vanwege de handelswijze van de werkgever heeft de medewerker geen enkel vertrouwen meer in de werkgever, acht de arbeidsrelatie verstoort en geeft mij opdracht om te komen tot een voor mijn klant gunstige minnelijke regeling. Namens de medewerker heb ik de werkgever een aantal keer schriftelijk gewezen op het wankele juridisch kader en start de werkgever de onderhandeling voor een minnelijke regeling. Tot twee keer toe is er heen en weer onderhandeld. Het laatste bod sloot aan bij het plan van aanpak en dat was een dusdanig aantrekkelijk bod dat de medewerker dat heeft geaccepteerd.

Mijn “verdediging” en het aantrekkelijke voorstel resulteert voor de medewerker alsnog in het gevoel van rechtvaardiging.